ECLI:NL:CRVB:2014:4115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen sinds 1993 bijstand op grond van de WWB. Uit onderzoek van de gemeente Lansingerland bleek dat zij niet transparant waren over hun financiële situatie, waaronder hun rol bij de aan- en verkoop en verhuur van onroerend goed en hun machtigingen op meerdere bankrekeningen.
Het college van burgemeester en wethouders trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan geen inkomen of vermogen te hebben gehad en dat de zesmaandenjurisprudentie van toepassing zou zijn.
De Raad oordeelde dat appellanten economisch eigenaar waren van het pand en feitelijk beschikten over de tegoeden op diverse bankrekeningen. De zesmaandenjurisprudentie was niet van toepassing omdat sprake was van niet tijdig en onvolledig verstrekken van relevante informatie. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de intrekking van de bijstand en terugvordering van €234.563,60.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.