ECLI:NL:CRVB:2016:2107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende aannemelijkheid van bijstandbehoevende omstandigheden
Appellanten hebben op 17 juni 2013 bijstand aangevraagd na beëindiging van hun bedrijf. Het college van burgemeester en wethouders van Venlo heeft de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende gegevens over hun financiële situatie, wat ook door de rechtbank Limburg werd bevestigd.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij geen inkomen of vermogen hadden en dat zij hun bezittingen hadden verkocht om in hun levensonderhoud te voorzien. Zij konden echter niet beschikken over de administratie van het bedrijf, omdat deze was weggegooid door een derde.
De Raad oordeelde dat appellanten niet duidelijk hadden gemaakt dat zij in de relevante periode bijstandbehoevend waren. De gevraagde financiële gegevens waren noodzakelijk voor de beoordeling, en het ontbreken daarvan kwam voor hun rekening. Ook de verklaringen over de verkoop van bezittingen waren onvoldoende onderbouwd.
Hoewel na een nieuwe aanvraag vanaf 2 september 2013 bijstand werd verleend, leidde dit niet tot een ander oordeel over de eerdere aanvraag. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van bijstandbehoevende omstandigheden.