Appellant ontvangt sinds 18 augustus 2010 bijstand en volgde een opleiding tot rij-instructeur. Hij solliciteerde op een vacature voor chauffeur schoolvervoer, maar het sollicitatiegesprek leidde niet tot verdere procedure. Het college verlaagde de bijstand met 50% wegens het oordeel dat appellant onvoldoende naar vermogen arbeid heeft gezocht en de arbeidsinschakeling heeft belemmerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze verlaging ongegrond. Appellant stelde zich op het standpunt dat hij zich welwillend en gemotiveerd had opgesteld tijdens het sollicitatiegesprek en dat de beschuldigingen onvoldoende onderbouwd waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college de bewijslast draagt en dat de summiere samenvatting van het sollicitatiegesprek onvoldoende grondslag biedt voor de maatregel.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond en herroept het besluit tot verlaging van de bijstand. Tevens werd het college veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema op 19 januari 2016.