ECLI:NL:CRVB:2016:2135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid
Appellant, voorheen werkzaam als [naam functie] bij een bloem- en bloembollenproductiebedrijf, ontving sinds oktober 2012 een Ziektewetuitkering wegens psychische klachten. Het UWV beëindigde deze uitkering per 11 maart 2013 omdat appellant geschikt werd geacht zijn maatgevende arbeid te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, waarbij werd overwogen dat het onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig was en dat een Functionele Mogelijkhedenlijst niet verplicht is. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, de urenomvang van 60 uur onrealistisch en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten en de juridische aspecten van zijn functie.
De Raad oordeelt dat de maatgevende arbeid juist is vastgesteld en dat de juridische procedures rondom het faillissement niet tot die arbeid behoren. De psychische beperkingen waren onvoldoende om appellant ongeschikt te achten. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd omdat appellant geschikt was voor zijn maatgevende arbeid van 60 uur per week.