ECLI:NL:CRVB:2016:2137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- H. van Leeuwen
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geen nieuw feit of veranderde omstandigheid
Appellant ontving sinds 1986 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2006 trok het UWV de uitkering in vanwege inkomsten uit arbeid en een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% per 1 januari 2004. Appellant voerde bezwaar aan met het argument dat het definitief vastgestelde inkomen over 2005 een nieuw feit was dat herziening rechtvaardigde.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het definitief vastgestelde inkomen geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. De inkomsten uit arbeid over de jaren 2001-2004 waren reeds hoger dan het UWV had aangenomen, en de verrekening was correct toegepast. De periode na 1 januari 2004 was niet relevant voor de WAO-uitkering omdat deze toen was ingetrokken.
De Raad wees erop dat appellant nog steeds een medische heropening kan aanvragen als zijn gezondheid verslechtert binnen vijf jaar na intrekking. De beslissing van het UWV blijft gehandhaafd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.