ECLI:NL:CRVB:2016:2189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na juiste vaststelling medische situatie
Appellante meldde zich in 2010 ziek en werd na onderzoek door het UWV per 6 februari 2013 als minder dan 35% arbeidsongeschikt beoordeeld, geschikt voor niet al te stressvol werk. Diverse functies werden voor haar geselecteerd. Na een nieuwe ziekmelding in januari 2014 en medisch onderzoek concludeerde een arts dat appellante vanaf 6 februari 2014 weer in staat was één van deze functies te verrichten.
Het UWV beëindigde daarop de Ziektewetuitkering per 6 februari 2014 en verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde vast dat appellante door toegenomen pijnklachten meer beperkt was, maar niet ongeschikt voor alle functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar rugklachten haar werkvermogen beperkten, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe medische informatie. De Raad concludeerde dat het UWV de medische situatie juist had vastgesteld en dat appellante terecht geschikt werd geacht voor ten minste één functie.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht per 6 februari 2014 beëindigd omdat zij geschikt werd geacht voor ten minste één functie.