ECLI:NL:CRVB:2016:219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als assistent welzijnsmedewerker, is sinds 1 september 2009 arbeidsongeschikt en ontvangt sinds 30 augustus 2011 een WIA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Zij verzocht om een herbeoordeling wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid en een IVA-uitkering, omdat zij meent duurzaam volledig arbeidsongeschikt te zijn.
De verzekeringsarts stelde in rapporten van november 2013 en mei 2014 vast dat appellante beperkingen heeft door diverse aandoeningen, maar dat verbetering mogelijk is door medische behandelingen zoals operaties en therapieën. Het UWV handhaafde het besluit dat appellante niet duurzaam arbeidsongeschikt is, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep betoogde appellante dat behandelingen onvoldoende effect hadden en dat zij recht heeft op een IVA-uitkering. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts op inzichtelijke wijze aannemelijk heeft gemaakt dat verbetering van de medische situatie en belastbaarheid verwacht mag worden. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, waarbij geen proceskostenveroordeling werd opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de IVA-uitkering omdat verbetering van de medische situatie en belastbaarheid verwacht mag worden.