ECLI:NL:CRVB:2016:2190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaanden- en halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot op 6 juli 2013. Haar echtgenoot, geboren in 1935, was op dat moment woonachtig in Marokko en had vanaf 2000 een ouderdomspensioen ontvangen volgens de Algemene Ouderdomswet.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was op grond van de ANW of de Marokkaanse wettelijke regelingen, noch had deelgenomen aan een vrijwillige verzekering. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante stelde dat zij recht had op de uitkering vanwege haar arbeidsongeschiktheid en de zorg voor twee minderjarige kinderen, maar dit werd door de Raad verworpen. De Raad oordeelde dat het ontbreken van verzekering van de echtgenoot op het moment van overlijden doorslaggevend is en dat de persoonlijke omstandigheden van appellante daaraan niets veranderen.
De Raad vond geen aanleiding om de proceskosten aan appellante toe te wijzen en wees op de mogelijkheid tot cassatieberoep bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaanden- en halfwezenuitkering omdat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was op het moment van overlijden.