Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:2193

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juni 2016
Publicatiedatum
14 juni 2016
Zaaknummer
15/5456 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaren niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij herziening AOW-pensioen

Appellant ontving vanaf december 2005 een AOW-pensioen voor een ongehuwde. In november 2012 bleek dat appellant gehuwd was, waarop de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen met terugwerkende kracht herzag naar gehuwd en het te veel betaalde bedrag van €18.451,61 terugvorderde. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten op 4 april 2014, maar deze bezwaren werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit ongegrond, omdat de Svb aannemelijk had gemaakt dat de besluiten in april 2013 naar het juiste adres waren verzonden en appellant niet aannemelijk had gemaakt deze niet te hebben ontvangen. De Raad overwoog dat appellant medio november 2013 kennis had genomen van de besluiten, maar pas in april 2014 bezwaar maakte, ruim na de termijn.

Appellant verbleef van 15 december 2013 drie maanden in het buitenland, wat hem bekend was, zodat hij tussen medio november en vertrek voldoende tijd had om bezwaar te maken. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Bezwaren van appellant tegen herziening AOW-pensioen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Uitspraak

15/5456 AOW
Datum uitspraak: 10 juni 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
25 juni 2015, 14/3593 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2016. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A.J. Groenendaal.

OVERWEGINGEN

1. Aan appellant is met ingang van december 2005 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend voor een ongehuwde. In november 2012 is de Svb gebleken dat appellant gehuwd is. Bij besluiten van 9 april 2013 heeft de Svb het ouderdomspensioen van appellant met ingang van december 2005 herzien naar het pensioen voor een gehuwde en het ten onrechte betaalde pensioen ten bedrage van € 18.451,61 van appellant teruggevorderd. Op 4 april 2014 heeft appellant tegen deze besluiten bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit van 12 mei 2014 zijn deze bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat de Svb aannemelijk heeft gemaakt dat de besluiten op 9 april 2013 naar het juiste adres zijn verzonden en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt die besluiten niet te hebben ontvangen.
3.1.
De Raad overweegt het volgende.
3.2.
Appellant heeft gesteld eerst medio november 2013 van de besluiten van 9 april 2013 kennis te hebben genomen. Daargelaten wat er zij van de verzending en de ontvangst van die besluiten in april 2013, vastgesteld kan worden dat de besluiten appellant in elk geval medio november 2013 hebben bereikt. Appellant heeft eerst in april 2014 bezwaar gemaakt tegen deze besluiten. Daarmee is de bezwaartermijn ruimschoots overschreden. Hetgeen appellant heeft aangevoerd voor deze termijnoverschrijding kan er niet toe leiden dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat appellant niet in verzuim is geweest. Appellant heeft vanaf
15 december 2013 drie maanden in het buitenland verbleven. Dit vertrek was hem tevoren bekend. Hij had dan ook van medio november tot zijn vertrek op 15 december 2013 de tijd om bezwaarschriften in te dienen.
3.3.
Het onder 3.2 overwogene leidt tot het oordeel dat de rechtbank terecht het bestreden besluit, waarbij appellants bezwaren niet-ontvankelijk zijn verklaard, in stand heeft gelaten. De aangevallen uitspraak moet daarom worden bevestigd.
4. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van J.C. Borman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2016.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) J.C. Borman

MO