ECLI:NL:CRVB:2016:2216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewetuitkering wegens niet-verzekerd zijn op eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellant meldde zich ziek per 30 augustus 2013 wegens psychische klachten, maar het UWV stelde dat hij op die datum niet verzekerd was voor de Ziektewet (ZW). Het UWV weigerde daarom de ZW-uitkering en vorderde terugbetaalde voorschotten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd aangenomen dat er geen aanwijzingen waren voor arbeidsongeschiktheid per 30 augustus 2013.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn medische toestand in juli 2013 was verslechterd en dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom dit niet als eerste arbeidsongeschiktheidsdag kon gelden. Ook voerde appellant aan dat de terugvordering onaanvaardbare gevolgen had vanwege zijn financiële situatie.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht had vastgesteld dat appellant niet arbeidsongeschikt was per 30 augustus 2013, mede omdat hij geschikt was voor functies die bij de WIA-toetsing waren vastgesteld. De medische gegevens toonden geen verslechtering rond die datum. De terugvordering was verplicht op grond van de ZW en er was geen dringende reden om daarvan af te zien. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd.