ECLI:NL:CRVB:2016:2223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijzonder geval voor vervroegde ingangsdatum Wajong-uitkering
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de ingangsdatum van zijn Wajong-uitkering is vastgesteld op 16 oktober 2011, terwijl hij de uitkering pas op 16 oktober 2012 heeft aangevraagd. Hij stelt dat de late aanvraag hem niet kan worden verweten omdat de ernst van zijn beperkingen pas recent duidelijk werd na een uitgebreide diagnose.
Het UWV voert aan dat appellant al sinds 2004 bewust had kunnen zijn van zijn beperkingen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de late aanvraag rechtvaardigen. De Raad toetst of sprake is van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 3:29, tweede lid, Wajong 2010, waarbij de betrokkene niet in verzuim wordt geacht.
De Raad concludeert dat appellant sinds zijn jeugd belemmeringen ondervond die hem hadden kunnen doen beseffen dat hij arbeidsbeperkingen had. Er zijn geen medische of andere verschoonbare redenen voor de late aanvraag. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de Wajong-uitkering blijft 16 oktober 2011.