ECLI:NL:CRVB:2016:2229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet melden beroepsmatige zangactiviteiten
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder vanaf 17 mei 2013. Naar aanleiding van anonieme tips en een melding over pensioenontvangsten startte het dagelijks bestuur een onderzoek naar haar rechtmatigheid van bijstand. Uit het onderzoek bleek dat appellante beroepsmatig als zangeres optrad en inkomsten ontving, hetgeen zij niet had gemeld.
Het dagelijks bestuur besloot daarom op 22 oktober 2013 de bijstand met ingang van 24 september 2013 in te trekken en de bijstand over de periode van 17 mei tot 23 september 2013 terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij slechts als hobby zong en geen inkomsten ontving, maar deze stellingen werden verworpen.
De Raad oordeelde dat appellante beroepsmatig optrad, dit blijkt uit haar presentatie op websites en sociale media, professionele apparatuur en optredens. Zij heeft de inlichtingenverplichting geschonden door haar activiteiten en inkomsten niet te melden. Omdat zij geen administratie overlegd en inzage in e-mails weigerde, kon het dagelijks bestuur het recht op bijstand niet vaststellen. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet melden van beroepsmatige zangactiviteiten wordt bevestigd.