Uitspraak
OVERWEGINGEN
Zaak 16/428).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering op grond van ziekte sinds 1991 en heeft het UWV diverse documenten overgelegd ter onderbouwing. Het UWV stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling wegens onvoldoende bewijs en verklaarde later het bezwaar tegen dit besluit gegrond vanwege een onjuiste tenaamstelling, waarna een nieuw onderzoek werd toegezegd.
Het UWV besloot vervolgens de aanvraag niet verder in behandeling te nemen omdat appellant niet tijdig de gevraagde aanvullende medische informatie had verstrekt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang zou hebben, en het beroep tegen het tweede besluit niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van griffierecht.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het besluit van 2 september 2013 moet worden betrokken bij de beoordeling en dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het besluit van 24 juni 2013 niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Raad vernietigt het besluit van 24 juni 2013 omdat het UWV onvoldoende heeft onderbouwd dat de aanvraag niet in behandeling kon worden genomen. Het beroep tegen het besluit van 2 september 2013 wordt ongegrond verklaard, en het hoger beroep tegen de latere uitspraken wordt niet-ontvankelijk verklaard. Verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het besluit van 24 juni 2013 wordt vernietigd, het beroep tegen het besluit van 2 september 2013 wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep tegen latere uitspraken niet-ontvankelijk.