ECLI:NL:CRVB:2016:2255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellant is sinds 1989 werkzaam als hoofdmonteur en werd in 2006 arbeidsongeschikt door darm- en angstklachten. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd vastgesteld dat hij niet geschikt is voor zijn eigen werk, maar wel voor geselecteerde functies, waardoor zijn verlies aan verdiencapaciteit minder dan 35% bedraagt en hij geen WIA-uitkering krijgt.
In 2012 werd appellant opnieuw arbeidsongeschikt verklaard en kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering tot mei 2014. Het Uwv besloot echter dat zijn verdiencapaciteitsverlies vanaf augustus 2012 minder dan 35% was, omdat hij geschikt was voor drie geselecteerde functies. Dit besluit werd door de rechtbank en later in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
Appellant voerde medische bezwaren aan en overhandigde diverse medische rapporten en verklaringen, maar de Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De beperkingen waren juist vastgesteld en de functies medisch geschikt. Er was geen reden een deskundige in te schakelen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant geschikt is voor geselecteerde functies en zijn verlies aan verdiencapaciteit minder dan 35% bedraagt.