ECLI:NL:CRVB:2016:2258
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar dit hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellant deed verzet tegen deze beslissing, stellende dat het hogerberoepschrift enkele dagen voor het verstrijken van de termijn per post was verzonden en dat een staking bij de postbezorgers mogelijk tot vertraging had geleid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het poststempel op de enveloppe leidend is voor de beoordeling van de datum van verzending, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat de brief eerder is verzonden. De enkele verklaring van appellant volstond niet om de termijnoverschrijding te vergoelijken. Ook was de stakingsclaim niet met stukken onderbouwd.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 juni 2016.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.