Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:2260

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 juni 2016
Publicatiedatum
17 juni 2016
Zaaknummer
15/1451 AWBZ-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden

Appellant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk was verklaard wegens het niet betalen van griffierecht en het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift. Het verzet werd behandeld op 10 mei 2016, waar partijen niet verschenen.

De Raad overwoog dat het verzetschrift te laat was ingediend; de uiterste datum was 28 oktober 2015, maar het verzetschrift was pas op 2 november 2015 ontvangen. Appellant gaf aan dat hij eerst met zijn advocaat wilde overleggen, die tijdelijk niet bereikbaar was, waardoor het verzet niet tijdig kon worden ingediend.

De Raad oordeelde dat dit geen verschoonbare reden is voor de termijnoverschrijding. De termijn was duidelijk vermeld in de eerdere uitspraak en het verzet werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 17 juni 2016
15/1451 AWBZ-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 december 2014, 14/4415 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

CIZ

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 16 september 2015 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 10 mei 2016, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 16 september 2015 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet is betaald en het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend was 28 oktober 2015. Het door verzoeker ingediende verzetschrift is gedateerd 16 oktober 2015 en is blijkens het poststempel op 29 oktober 2015 verzonden. Het is op 2 november 2015 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.
Bij brief van 6 november 2015 heeft de Raad bij appellant geïnformeerd naar de reden van de termijnoverschrijding. Bij brief van 11 november 2015 heeft appellant aangevoerd dat hij eerst met zijn advocaat wilde overleggen alvorens verzet te doen. De advocaat bleek echter om persoonlijke redenen tijdelijk niet bereikbaar te zijn. Daardoor heeft appellant niet tijdig zijn verzetschrift kunnen indienen.
De Raad is van oordeel dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat van verzuim geen sprake is geweest. Bij de uitspraak van de Raad van 16 september 2015 is duidelijk vermeld binnen welke termijn verzet kan worden gedaan. Dat appellant eerst met zijn advocaat wilde overleggen alvorens verzet te doen, is geen grond waarop de termijnoverschrijding verschoonbaar kan worden geacht.
Het verzet dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van N. Talhaoui als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2016.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) N. Talhaoui

MO