ECLI:NL:CRVB:2016:227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 38% na medische herbeoordeling
Appellante, werkzaam als ambulant begeleider, meldde zich ziek in januari 2011 vanwege een ernstige bacteriële infectie met multi orgaan lijden, resulterend in amputaties en langdurige revalidatie. Na de wettelijke wachttijd werd haar arbeidsongeschiktheid beoordeeld door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die een mate van 38% vaststelden en een loongerelateerde WGA-uitkering toekenden.
Appellante stelde bezwaar in tegen de beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en bracht aanvullende medische informatie in, waaronder rapporten van een medisch adviseur, neuroloog en klinisch neuropsycholoog. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde een aangepaste FML op met meer beperkingen, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en leverde aanvullend medisch bewijs. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig was en dat de beperkingen in de aangepaste FML adequaat rekening houden met haar klachten. De arbeidsdeskundige had de geschiktheid voor de geselecteerde functies overtuigend onderbouwd.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 januari 2016.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 38% wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.