ECLI:NL:CRVB:2016:2304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing IOAW-uitkering wegens onduidelijke woonsituatie en niet-verstrekte gegevens
Appellant heeft meerdere keren een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) aangevraagd. De gemeente Rotterdam heeft deze aanvragen afgewezen omdat appellant niet kon aantonen dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres en omdat hij niet de gevraagde gegevens verstrekte.
De Raad oordeelt dat het college voldoende onderzoek heeft gedaan naar de woonsituatie van appellant en dat er geen grond is voor nader onderzoek, omdat appellant geen gewijzigde omstandigheden heeft aangetoond sinds de eerdere afwijzingen. Daarom is de afwijzing van de aanvraag van 27 februari 2014 terecht.
Ten aanzien van de aanvraag van 15 juli 2014 heeft het college de aanvraag buiten behandeling gesteld wegens het niet verstrekken van bankafschriften. De Raad stelt vast dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aan appellant gerichte brief daadwerkelijk is verzonden. Daarom wordt het besluit tot buiten behandeling stelling herroepen en krijgt appellant alsnog de gelegenheid om de gevraagde gegevens te verstrekken. De Raad veroordeelt het college in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot buiten behandeling stellen van de aanvraag van 15 juli 2014 wordt herroepen en de aanvraag moet opnieuw worden beoordeeld; de afwijzing van de aanvraag van 27 februari 2014 wordt bevestigd.