ECLI:NL:CRVB:2016:2311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet tijdig overleggen van gegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding startte het college een onderzoek vanwege vermoedens dat appellant meer geld opnam dan hij kon beschikken. Het college verzocht appellant om diverse financiële gegevens te overleggen, waaronder bankafschriften en bewijsstukken van schulden en vermogen, met een deadline van 18 september 2014.
Appellant leverde de gevraagde gegevens niet tijdig aan, waarop het college het recht op bijstand opschortte en later introk met ingang van 18 september 2014. Appellant stelde dat hij de gegevens niet kon overleggen omdat deze in beheer waren van maatschappelijk werk en Bureau Schuldhulpverlening, en dat hij daardoor niet over de gegevens kon beschikken.
De Raad oordeelde dat appellant geen objectieve en verifieerbare bewijsstukken had geleverd die zijn stelling ondersteunden. Bovendien had appellant op andere manieren de gegevens kunnen verkrijgen, zoals via internetbankieren of door kopieën te maken. Ook had appellant om uitstel kunnen verzoeken, wat hij naliet. Daarom was het college bevoegd de bijstand in te trekken. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet tijdig overleggen van gegevens wordt bevestigd.