ECLI:NL:CRVB:2016:233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde Ziektewet-uitkering ondanks financiële situatie appellant
Appellant werkte via een uitzendbureau tot 1 oktober 2012, waarna hij wegens psychische klachten uitviel en een Ziektewet-uitkering ontving. Het UWV verklaarde hem per 27 maart 2013 arbeidsgeschikt, waardoor het recht op ZW-uitkering verviel. Desondanks werd de uitkering tot 14 april 2013 doorbetaald, waarna het UWV het teveel betaalde bedrag van €726,96 terugvorderde.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering en stelde primair dat hij onterecht arbeidsgeschikt was verklaard en subsidiair dat zijn slechte financiële situatie een dringende reden vormde om niet terug te vorderen. De rechtbank verwierp deze gronden en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De arbeidsgeschiktheid staat in rechte vast en appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de terugvordering onaanvaardbare financiële gevolgen heeft. Het UWV heeft bovendien rekening gehouden met de financiële positie van appellant bij de invordering.
De Raad concludeert dat geen dringende reden bestaat om van terugvordering af te zien en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de teveel betaalde Ziektewet-uitkering bevestigd.