ECLI:NL:CRVB:2016:2340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens onduidelijke woonsituatie
Appellant had een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor kosten van griffierecht en eigen bijdrage rechtsbijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees de aanvraag af omdat appellant geen duidelijkheid gaf over zijn woonadres in de beoordelingsperiode.
Appellant was ingeschreven op verschillende adressen en gaf wisselende verklaringen over zijn verblijfplaats. Hij verbleef deels in een bedrijfspand zonder woonruimte, deels bij familie en vrienden, en kon geen eenduidig middelpunt van zijn maatschappelijk leven aantonen. Ook gaf hij geen objectieve gegevens ter onderbouwing van zijn stellingen.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting schond en dat het college daardoor niet kon vaststellen of hij recht had op bijstand. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd vanwege onvoldoende duidelijkheid over het woonadres van appellant.