ECLI:NL:CRVB:2016:2368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet feitelijk verblijf op opgegeven adres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een adres dat hij als woonadres had opgegeven. Naar aanleiding van een melding van de woningcorporatie dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres verbleef, voerde de gemeente een onderzoek uit. Dit onderzoek toonde extreem laag water- en gasverbruik aan en een huisbezoek bevestigde het vermoeden dat appellant niet op het opgegeven adres woonde.
Op basis van deze bevindingen trok het college de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. Appellant voerde aan dat hij wel degelijk op het adres woonde, dat het lage verbruik verklaarbaar was en dat het terugvorderen van de bijstand zijn schuldsanering zou doorkruisen.
De rechtbank wees het beroep af, stellende dat appellant geen verifieerbare verklaring gaf voor het lage verbruik en dat het onderzoek duidelijk maakte dat hij niet op het opgegeven adres verbleef. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde de uitspraak, waarbij geen aanleiding was om de proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking van de bijstand en terugvordering wordt bevestigd.