ECLI:NL:CRVB:2016:2372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor rijbewijs C wegens ontbreken noodzaak
Appellant had in 2010 bijzondere bijstand ontvangen voor een opleiding tot kraanmachinist en vroeg in 2013 bijzondere bijstand aan voor het behalen van het rijbewijs C. Het college wees deze aanvraag af omdat de kosten van de cursus werden gezien als algemeen noodzakelijke kosten die uit het eigen inkomen betaald moeten worden. Appellant had de kraanmachinistopleiding afgerond maar kon nog geen werk vinden vanwege gebrek aan ervaring en was ook inzetbaar als productie- of magazijnmedewerker.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en oordeelde dat appellant onvoldoende objectieve gegevens had overgelegd waaruit de noodzaak van het rijbewijs C bleek. De enkele stelling dat de afwijzing zijn uitstroom uit de bijstand beperkt, was onvoldoende. Ook was er geen sprake van een onvoorwaardelijke toezegging door het college, zodat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en stelde dat het rijbewijs C onlosmakelijk verbonden is met het beroep van kraanmachinist, verwijzend naar een vacature. Hij stelde dat hij erop vertrouwde dat de gemeente de kosten zou vergoeden. De Raad oordeelde dat het rijbewijs C weliswaar een pre is, maar geen noodzakelijke vereiste voor het uitoefenen van het beroep. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor het rijbewijs C wordt bevestigd wegens het ontbreken van noodzaak.