ECLI:NL:CRVB:2016:2388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en stond ingeschreven op een bepaald adres. Naar aanleiding van een melding over inkomsten uit kamerverhuur heeft de gemeente Rotterdam een onderzoek ingesteld, inclusief huisbezoeken en gesprekken met appellant. Tijdens het onderzoek bleek dat appellant niet altijd op het opgegeven adres verbleef, hetgeen werd bevestigd door de minimale inrichting en het ontbreken van etenswaren tijdens het huisbezoek.
Het college van burgemeester en wethouders heeft op basis van deze bevindingen de bijstand ingetrokken met terugwerkende kracht vanaf 7 augustus 2014 en de kosten teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het college en de rechtbank.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de onderzoeksresultaten voldoende grondslag bieden voor het standpunt dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Het college was niet verplicht verder onderzoek te doen naar een ander hoofdverblijf. De Raad bevestigt daarom het besluit tot intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig op het opgegeven adres wordt bevestigd.