ECLI:NL:CRVB:2016:2416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding Wajong-aanvraag
Appellant diende bezwaar in tegen de afwijzing van zijn aanvraag op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). Het bezwaar werd ingediend na de wettelijke termijn van zes weken, vastgesteld op 1 december 2014. Appellant stelde dat het bezwaarschrift reeds op 1 december 2014 per fax en per koerier was verzonden, maar kon dit niet aannemelijk maken vanwege defecte faxapparatuur en ontbrekende verzendrapportages.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad verwierp het betoog over een latere ontvangst van het besluit door het UWV wegens strijd met de goede procesorde en concludeerde dat de termijn voor bezwaar op 1 december 2014 was geëindigd.
De Raad oordeelde dat appellant het bezwaarschrift te laat had ingediend en dat er geen grond was voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.