Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van het besluit van 17 maart 2014 in stand blijven;
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij het Ministerie van Defensie, werd afgewezen voor de functie van medewerker vanwege onvoldoende voldoen aan de functie-eisen. De afwijzing volgde na een selectieprocedure waarbij horizontale kandidaten de voorkeur kregen boven verticale, conform defensiebreed beleid.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek en beval een nieuw besluit met betere motivering. Appellant nam een nader besluit dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. Betrokkene ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd kon worden met de nadere toelichting, waaronder het advies van de selectiecommissie en de selectiematrix. De Raad volgde appellant dat het motiveringsgebrek was hersteld en dat de afwijzing terecht was omdat betrokkene niet voldeed aan relevante competenties.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover die de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand liet, handhaafde deze rechtsgevolgen en vernietigde het nadere besluit omdat de grondslag daarvan was komen te vervallen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 juni 2016.
Uitkomst: De afwijzing van betrokkene voor de medewerkerfunctie wordt bevestigd en het bestreden besluit blijft in stand.