ECLI:NL:CRVB:2016:2448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag arbeidsondersteuning Wajong wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante diende een aanvraag in voor ondersteuning op grond van de Wajong 2010, welke door het UWV werd afgewezen omdat zij meer dan 75% van het minimumloon kon verdienen. Na bezwaar en beroep werd dit besluit gehandhaafd, waarbij de medische en arbeidskundige beoordelingen geen twijfel lieten aan de juistheid van de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en de geschiktheid van de geduide functies.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen waren onderschat en vroeg zij om inschakeling van een onafhankelijke psychiater. De Raad oordeelde echter dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de ingediende aanvullende medische stukken geen nieuwe inzichten boden. De arbeidsdeskundige had de functies als passend gemotiveerd, rekening houdend met de beperkingen en benodigde begeleiding.
De Raad bevestigde dat appellante per 1 oktober 2011 en latere beoordelingsdata in staat was om ten minste 75% van het minimumloon te verdienen en wees het hoger beroep af. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep, vanwege de latere aanvulling van de motivering. Een verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van de Wajong-ondersteuning wordt bevestigd.