ECLI:NL:CRVB:2016:2455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid ondanks psychische klachten
Appellante was sinds 2005 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en ontving een WGA-uitkering. Het UWV trok deze uitkering in 2014 in op basis van rapporten van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige die concludeerden dat zij geschikt was voor de maatgevende arbeid van medewerker rozenkwekerij.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar psychotische klachten waren onderschat, maar deskundigen concludeerden dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld en dat zij ondanks deze beperkingen geschikt was voor de arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad vond geen steun voor de stelling dat appellante ten tijde van het besluit door psychotische klachten beperkt was en oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende en overtuigend waren.
Hiermee werd de intrekking van de WGA-uitkering gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WGA-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor de maatgevende arbeid ondanks haar psychische beperkingen.