ECLI:NL:CRVB:2016:2456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, voormalig productiemedewerker, viel in 1996 uit wegens psychische klachten en kreeg vanaf 1997 een WAO-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2013 stelde het UWV vast dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd ingetrokken. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met zijn medische geschiedenis.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgelegd. Appellant ging in hoger beroep en overhandigde een nieuw psychiatrisch rapport, maar de Centrale Raad van Beroep concludeerde dat dit rapport niet ziet op de datum in geding en minder uitgebreid was dan het eerdere onderzoek.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek deugdelijk en zorgvuldig was, dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld en dat de functies medisch geschikt waren voor appellant. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering na een zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd verzekeringsgeneeskundig onderzoek.