ECLI:NL:CRVB:2016:246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- C.H. Bangma
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verhoging militair invaliditeitspensioen wegens geen oorzakelijk verband met dienstverband
Appellant ontvangt sinds 1987 een militair invaliditeitspensioen vanwege een binnenoorbeschadiging. In 2008 verzocht hij om verhoging van dit pensioen vanwege gehoorverslechtering. Medisch onderzoek wees uit dat de gehoorverslechtering het gevolg was van ouderdomshardhorendheid, niet van het dienstverband. De minister besloot het pensioen niet te verhogen, wat in bezwaar en beroep werd bevestigd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten zonder nieuwe medische gegevens die twijfel zaaiden over het eerdere oordeel. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en zag geen reden voor inschakeling van een onafhankelijke deskundige.
Appellant vorderde daarnaast schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad oordeelde dat de totale procedure van bezwaar en rechterlijke fase ruim twee jaar te lang had geduurd. De overschrijding werd verdeeld tussen de minister en de Staat, die elk €1.000,- aan appellant moesten betalen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, veroordeelde de Staat en de minister tot betaling van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot verhoging van het militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen en er wordt een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.