Uitspraak
.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2010 in tijdelijke dienst als adviseur bij een werkgever en haar functie werd in 2012 gewijzigd. In 2013 werd haar aanstelling beëindigd en zij diende een klacht in over de gang van zaken rond deze wijziging en beëindiging. Het college reageerde met een brief waarin het besluit tot beëindiging werd toegelicht.
Appellante stelde dat haar klacht moest worden gezien als een verzoek om een vaste aanstelling en dat de reactie van het college een besluit was waartegen beroep mogelijk was. De rechtbank verklaarde zich echter onbevoegd omdat de brief van appellante een klacht was en de reactie van het college geen besluit met rechtsgevolg.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling. De brief van appellante is een klacht en geen verzoek om een vaste aanstelling. De reactie van het college is een uitleg en geen zelfstandig besluit. Het beroep van appellante wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.