ECLI:NL:CRVB:2016:2474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens thuiswoning appellant
Appellant was ingeschreven als uitwonende student, maar een huisbezoek door controleurs toonde aan dat hij feitelijk bij zijn ouders woonde. De hoofdbewoner verklaarde dat appellant nooit daadwerkelijk uitwonend is geweest. De minister herzag daarop de studiefinanciering en vorderde het te veel betaalde bedrag terug.
Appellant voerde aan dat het huisbezoek onrechtmatig was omdat de controleurs het doel niet volledig hadden meegedeeld en dat de terugvordering onredelijk was. Ook stelde hij dat brieven en verklaringen van derden zijn standpunt ondersteunden.
De Raad oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was, de verklaring van de hoofdbewoner betrouwbaar en dat het wettelijk vermoeden van feitelijke woonsituatie leidde tot een rechtmatige herziening en terugvordering. Het beroep en verzoek om schadevergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.