Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:2490

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 juni 2016
Publicatiedatum
4 juli 2016
Zaaknummer
15-5776 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 ANWArt. 13a ANWArt. 22 Verdrag sociale zekerheid Nederland-MarokkoArtikel 26 Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing ANW-nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot

Appellante, woonachtig in Marokko, heeft een nabestaandenuitkering aangevraagd na het overlijden van haar echtgenoot die sinds 1995 in Marokko woonde en niet meer in Nederland werkte. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Algemene nabestaandenwet (ANW) op het moment van overlijden.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de echtgenoot niet onder de ANW-verzekering viel omdat hij geen ingezetene van Nederland was en geen in Nederland verrichte arbeid verrichtte. Ook maakte hij geen gebruik van de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering na 1 januari 2000.

Daarnaast was de echtgenoot niet verzekerd onder de Marokkaanse wetgeving, waardoor ook op grond van het verdrag tussen Nederland en Marokko geen aanspraak op een nabestaandenuitkering bestaat. Ondanks de moeilijke financiële situatie van appellante kan de Svb niet worden verplicht een uitkering toe te kennen in strijd met dwingendrechtelijke bepalingen.

De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de ANW-nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was op het moment van overlijden.

Uitspraak

15/5776 ANW
Datum uitspraak: 24 juni 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
2 juli 2015, 13/6693 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 mei 2016. Appellante is niet verschenen. Namens de Svb is verschenen mr. N. Zuidersma.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante woont in Marokko. Haar echtgenoot heeft in Nederland gewoond en woonde vanaf december 1995 in Marokko, alwaar hij op 4 juli 2013 is overleden. De echtgenoot van appellante ontving vanaf 3 november 1990 tot zijn overlijden een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
1.2.
Naar aanleiding van het overlijden van haar echtgenoot heeft appellante een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd.
1.3.
Bij besluit van 28 augustus 2013 heeft de Svb de aanvraag om een nabestaandenuitkering afgewezen, omdat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Bij beslissing op bezwaar van 18 oktober 2013 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 28 augustus 2013 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij als weduwe van haar overleden echtgenoot recht heeft op een ANW-uitkering. De weigering van deze uitkering heeft verregaande en onaanvaardbare financiële gevolgen voor haar en haar kinderen.
4. De Raad overweegt het volgende.
4.1.
Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
4.2.
Volgens artikel 13 van Pro de ANW is verzekerd krachtens die wet degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, maar ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Nu de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden in Marokko woonde en niet meer in Nederland werkte, was hij toen op grond van deze bepaling niet verzekerd voor de ANW.
4.3.
Voor zover de echtgenoot van appellante op grond van zijn WAO-uitkering tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd is geweest voor de volksverzekeringen op grond van het met ingang van die datum vervallen artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, bestond voor hem de mogelijkheid zich na die datum vrijwillig te verzekeren. Vast staat dat de echtgenoot van appellante van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt. Dit betekent dat de echtgenoot van appellante op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW, zodat in zoverre geen aanspraak bestaat op een nabestaandenuitkering ingevolge die wet.
4.4.
Op grond van gegevens van het Caisse Nationale de Sécurité Sociale staat verder vast dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 13a van de ANW in combinatie met artikel 22 van Pro het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een nabestaandenuitkering bestaat.
4.5.
Hoewel de Raad zich de moeilijke situatie waarin appellante zich bevindt kan voorstellen, is hij evenals de rechtbank van oordeel dat genoemde omstandigheden niet tot een gehoudenheid van de Svb kunnen leiden om appellante in weerwil van de dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen een nabestaandenuitkering toe te kennen.
4.6.
Het onder 4.1 tot en met 4.5 overwogene leidt tot het oordeel dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van N. van Rooijen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2016.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) N. van Rooijen
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
IvR