ECLI:NL:CRVB:2016:2494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- Y.J. Klik
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens woonplaatsverplaatsing en terugvordering
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande, ingeschreven op het adres van haar ouders in gemeente 1. Uit onderzoek bleek dat zij vanaf januari 2011 feitelijk woonde in gemeente 2 bij haar ex-echtgenote M, met wie zij een gezamenlijke huishouding voerde.
Het college trok de bijstand vanaf 2012 in en vorderde de bijstand over 2011 terug wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank oordeelde dat het college terecht had vastgesteld dat appellante niet haar woonplaats had in gemeente 1 in 2011, maar vernietigde het terugvorderingsbesluit deels vanwege de grondslag.
In hoger beroep bevestigde de Raad de onderzoeksbevindingen, waaronder verklaringen van appellante, M en een buurvrouw, en de transacties in gemeente 2. De Raad oordeelde dat de feitelijke situatie bepalend is voor woonplaats en dat het college niet tekort is geschoten in haar onderzoeksplicht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.