ECLI:NL:CRVB:2016:2497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in sociale zekerheidszaak
Het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. Namens betrokkene is een verweerschrift ingediend. Vervolgens heeft appellant het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft daarop verzocht om een proceskostenveroordeling tegen appellant.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep worden veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij. De Raad heeft de proceskosten begroot op € 496,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
De Raad overweegt dat er geen aanleiding is om proceskosten van betrokkene in beroep toe te kennen, omdat de rechtbank appellant reeds tot vergoeding daarvan heeft veroordeeld. De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep ad € 496,-.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 496,- aan proceskosten van betrokkene na intrekking van het hoger beroep.