ECLI:NL:CRVB:2016:2506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over beperkingen bij arbeidsongeschiktheid wegens psychische klachten en dyslexie
Appellante, werkzaam als kapster, meldde zich ziek na een traumatische bevalling en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees de uitkering af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep bracht appellante aanvullende psychologische rapporten in, waaruit ernstige beperkingen in concentratie, verwerking van talige informatie en volgehouden aandacht bleken, mede door dyslexie en psychische aandoeningen zoals borderline en PTSS. Een onafhankelijke deskundige bevestigde deze beperkingen en vond dat deze onvoldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde een aangepaste FML op, maar nam ten onrechte geen beperkingen aan voor concentratie en aandacht. De Raad volgde de deskundige en oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was. Daarom draagt de Raad het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij de vastgestelde beperkingen en de beperkte leesvaardigheid van appellante in acht worden genomen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen waarbij de beperkingen in concentratie en verwerking van talige informatie worden meegenomen.