ECLI:NL:CRVB:2016:2542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling forfaitaire vergoeding woon-werkverkeer eerste klas voor rechterlijke ambtenaar
Appellante, werkzaam als rechter, maakte bezwaar tegen de inhouding van een forfaitair bedrag voor de meerkosten van reizen op basis van eerste klas met de Mobiliteitskaart, terwijl zij meende dat haar feitelijke kosten lager waren vanwege deeltijdwerk en reizen in daluren.
De Raad oordeelt dat verweerder slechts gehouden is tot vergoeding van woon-werkverkeer per trein tweede klas, en dat het reizen eerste klas alleen wordt vergoed bij individuele afspraken of medische indicatie. Het forfaitaire systeem voor de meerkosten van eerste klas reizen is niet onredelijk en voorkomt administratieve lasten.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel faalt omdat er geen onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan en het beleid binnen redelijke beleidsgrenzen blijft.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het forfaitaire systeem voor vergoeding eerste klas reizen blijft gehandhaafd.