ECLI:NL:CRVB:2016:256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens niet behouden algemeen geaccepteerde arbeid en weigering concreet werkaanbod
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en was werkzaam via een uitzendovereenkomst die werd beëindigd vanwege het niet naleven van arbeidsvoorschriften, zoals het dragen van een piercing en gebruik van de mobiele telefoon tijdens werktijd. Het college legde een maatregel op door de bijstand met 100% te verlagen gedurende één maand.
Daarnaast weigerde appellante een concreet werkaanbod bij een uitzendbureau door een onaangename en ongemotiveerde houding tijdens een sollicitatiegesprek. Dit leidde tot een tweede maatregel met een verlaging van de bijstand met 100% gedurende één maand.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De Raad oordeelde dat het college zorgvuldig onderzoek heeft gedaan, de gedragingen van appellante verwijtbaar zijn en de opgelegde maatregelen in overeenstemming zijn met de toepasselijke verordening.
De Raad concludeert dat appellante terecht de maatregel is opgelegd en dat er geen reden is om deze te matigen of te vernietigen. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand wegens verwijtbaar gedrag en weigering van een concreet werkaanbod.