Uitspraak
.
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2003. Uit onderzoek van de gemeente Oldenzaal en sociale recherche bleek dat appellanten tussen 2009 en 2014 meerdere kentekens kortdurend op hun naam hadden staan, wat duidt op handel in auto's. Het college trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde €15.536,88 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, omdat zij geen bewijs van aan- en verkoop van de voertuigen hadden geleverd en de handel in kentekens aannemelijk was. Ook ontbrak een onderbouwing van de stelling dat de auto's van hun zoons waren of dat dementie een rol speelde.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij het bedrag niet konden terugbetalen, maar dit werd niet als dringende reden erkend. De Raad oordeelde dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.