ECLI:NL:CRVB:2018:1705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging evenredige boete wegens niet melden tenaamstelling voertuigen bij bijstand
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet. Uit onderzoek van de gemeente Oldenzaal en sociale recherche bleek dat appellanten sinds 2009 meerdere kentekens korter dan drie maanden op hun naam hadden staan, wat duidt op handel in auto’s. Appellanten maakten hiervan geen melding, waardoor het recht op bijstand voor de betreffende maanden niet kon worden vastgesteld.
Het college legde een boete op van €2.489,55, die later door de rechtbank werd verminderd tot €1.410,- rekening houdend met gewone verwijtbaarheid en draagkracht van appellanten. Het hoger beroep richtte zich tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het college voldoende had aangetoond dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden en dat zij verwijtbaar hadden gehandeld. De boete werd als evenredig beschouwd gezien de omstandigheden en de draagkracht van appellanten. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2018 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De boete van €1.410,- wegens het niet melden van kortdurende tenaamstelling van voertuigen wordt bevestigd.