ECLI:NL:CRVB:2016:2577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Beoordeling re-integratievoorziening en niet-ontvankelijkheid hoger beroep appellante WWB
Appellant en appellante ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Appellant nam deel aan een re-integratietraject, maar dit leidde niet tot resultaat. Na afspraken over het zoeken van een eigen re-integratiebureau en het tijdelijk onderbreken van het traject, wees het dagelijks bestuur het verzoek van appellant om bij een zelfgekozen bureau te re-integreren af. Vervolgens werd een andere re-integratievoorziening aangeboden, gericht op baanaanbod.
Appellant stelde dat het dagelijks bestuur geen maatwerk had geleverd en dat de opgelegde re-integratieverplichting in strijd was met het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel, omdat afspraken niet werden nagekomen. De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur wel degelijk maatwerk had geleverd door rekening te houden met de capaciteiten van appellant en de duur van het re-integratieproces. Ook was het bestuur niet in strijd met gemaakte afspraken, omdat appellant niet onbepaalde tijd kon blijven voorstellen voor zelfgekozen re-integratiebureaus.
Het hoger beroep van appellante werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet rechtstreeks in haar belang was getroffen door het bestreden besluit. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard.