ECLI:NL:CRVB:2016:2594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en inkomsten uit arbeid
Appellante en haar partner ontvingen bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een melding over werkzaamheden en onduidelijkheid over inkomsten van haar partner, stelde het college een onderzoek in. Dit leidde tot een besluit tot herziening en intrekking van de bijstand over bepaalde maanden en terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de inkomsten van haar partner, maar de Raad oordeelde dat bij gezinsbijstand beide partners als een eenheid worden beschouwd en onbekendheid niet als verweer geldt. Bovendien werd een visitekaartje van het bedrijf van haar partner op het uitkeringsadres aangetroffen.
Het college was op grond van de WWB gehouden de bijstand te herzien en terug te vorderen. Appellante slaagde niet in haar beroep tegen de intrekking en terugvordering. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en inkomsten uit arbeid.