ECLI:NL:CRVB:2016:2596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet overleggen bankafschriften
Appellant ontving sinds juli 2008 bijstand op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand en verzocht appellant bankafschriften van de laatste 12 maanden te overleggen.
Appellant leverde niet alle gevraagde stukken tijdig aan, waarop het college het recht op bijstand opschortte en later introk met terugwerkende kracht vanaf 21 januari 2014. Appellant voerde onder meer aan dat hij de buitenlandse bankafschriften niet tijdig kon overleggen wegens overmacht en dat zijn uitlatingen als verzoek om uitstel moesten worden opgevat.
De Raad oordeelde dat appellant geen tijdig verzoek om uitstel had gedaan en dat de ontbrekende bankafschriften van belang waren voor de beoordeling van het recht op bijstand. Ook het later alsnog verstrekken van stukken leidde niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften wordt bevestigd.