ECLI:NL:CRVB:2016:26
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag arbeidsondersteuning op grond van de Wajong 2010 bevestigd
Appellante, geboren in 1990, heeft speciaal basisonderwijs gevolgd en daarna praktijkonderwijs zonder diploma. Zij heeft diverse kortdurende banen gehad. Op 11 juni 2012 vroeg zij bij het UWV arbeidsondersteuning aan op grond van de Wajong 2010, maar dit werd op 11 september 2012 afgewezen omdat zij naar het oordeel van de verzekeringsarts minimaal 100% van het minimum(jeugd)loon kan verdienen.
Na bezwaar bleef het UWV bij dit besluit. Appellante voerde aan dat haar arbeidsbeperkingen groter zijn dan aangenomen en dat zij structurele begeleiding nodig heeft. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de voorgehouden functies passend zijn zonder noodzaak voor structurele begeleiding.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad oordeelde dat de verzekeringsarts terecht rekening heeft gehouden met haar beperkingen zoals vastgesteld in het rapport van MEE. De functies zijn geschikt geacht voor haar capaciteiten en de noodzaak van structurele begeleiding is niet aangetoond. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag arbeidsondersteuning op grond van de Wajong 2010.