ECLI:NL:CRVB:2016:264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.J.A. Kooijman
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bevordering wegens ontbreken verwachte geschiktheid na demotie
Appellant was werkzaam in een functie op schaal 8 en werd wegens disfunctioneren per 1 augustus 2011 gedemoveerd naar een functie op schaal 7. Het loopbaanbeleid vereist voor bevordering naar schaal 8 een recente beoordeling boven de norm met daarin opgenomen verwachte geschiktheid. Hoewel appellant een beoordeling “zeer goed” ontving over de periode 2011-2012, ontbrak een expliciet oordeel over verwachte geschiktheid voor de hogere functie.
Appellant verzocht om bevordering, maar dit werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan het vereiste van drie jaren waarin hij zijn verwachte geschiktheid kon aantonen. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het driejaarvereiste niet van toepassing zou zijn, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellant niet over verwachte geschiktheid beschikte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de korpschef zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het te vroeg was om na één goede beoordeling de verwachte geschiktheid uit te spreken, mede gezien de eerdere demotie wegens onvoldoende functioneren. Er is geen sprake van onbehoorlijk of onzorgvuldig handelen door de korpschef. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Verzoek om bevordering afgewezen wegens ontbreken verwachte geschiktheid na eerdere demotie.