ECLI:NL:CRVB:2016:265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.J.A. Kooijman
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens wangedrag en terugvordering toelage arts Defensie
Appellant, werkzaam als arts bij het Centraal Militair Hospitaal (CMH), is ontslagen wegens wangedrag. Uit onderzoek bleek dat hij zonder toestemming tijdens werktijd medische diensten verleende aan niet-militaire patiënten en wetenschappelijk onderzoek verrichtte met gebruik van CMH- en UMC-middelen, waarbij opbrengsten ten eigen bate werden gehouden.
De Raad oordeelde dat appellant de geldende voorschriften met voeten had getreden, waaronder het ontbreken van schriftelijke toestemming voor deze werkzaamheden en het niet naleven van de regels omtrent nevenwerkzaamheden. Ook het dossierbeheer en het betrekken van medewerkers bij onrechtmatige betalingen werden als wangedrag aangemerkt.
Daarnaast werd de terugvordering van toelagen (ATA en TOMS) bevestigd, omdat appellant de verplichting had geschonden om geen nevenwerkzaamheden tijdens werktijd te verrichten zonder toestemming. De Raad vond de feitenvaststelling deugdelijk en het ontslag niet onevenredig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wegens wangedrag en de terugvordering van toelagen worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.