ECLI:NL:CRVB:2016:2657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsnorm wegens bijzondere woonsituatie zonder vaste lasten
Appellant ontving bijstand als alleenstaande met toeslag, maar meldde dat hij sinds 11 februari 2014 op wisselende locaties in een tent overnacht en geen vaste woonlasten heeft. Het college stelde daarom de bijstand vanaf die datum lager vast door een bedrag van €125 in mindering te brengen, gebaseerd op gemiddelde kosten voor water, energie en stookkosten volgens Nibud.
Appellant maakte bezwaar tegen deze verlaging, stellende dat hij andere vergelijkbare kosten heeft, maar kon dit niet concreet onderbouwen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Raad oordeelde dat het college terecht een individuele afstemming op grond van artikel 18 WWB Pro heeft toegepast, omdat de situatie van appellant zeer bijzonder is. De verlaging van €125 was gebaseerd op redelijke en onderbouwde gemiddelde kosten. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 juli 2016.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt terecht verlaagd met €125 per maand vanwege het ontbreken van vaste woonlasten in een zeer bijzondere situatie.