ECLI:NL:CRVB:2016:268
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding verhuis- en herinrichtingskosten wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, een tweede-generatieslachtoffer met psychische klachten gerelateerd aan de vervolging van zijn ouders, verzocht om vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten. Hij gaf aan zich in zijn galerijflat onveilig te voelen en wilde verhuizen naar een kleinschaligere seniorenwoning. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van medische noodzaak.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat appellant sinds juni 2014 in de nieuwe woning woont en zich daar psychisch beter voelt. De Raad toetste het beleid van verweerder dat een vergoeding kan worden toegekend indien causale klachten een verhuizing noodzakelijk maken. Medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs, waaronder een persoonlijk onderhoud met appellant, wezen uit dat zijn angstgevoelens chronisch en niet specifiek aan de oude woning gekoppeld zijn.
De Raad concludeerde dat hoewel de klachten aanleiding waren voor de verhuizing, deze niet medisch noodzakelijk was. Ook ontbraken niet-causale klachten die een verhuizing noodzakelijk maakten. Daarom kon het bestreden besluit in stand blijven en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van medische noodzaak voor de verhuizing.