ECLI:NL:CRVB:2016:2684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig taxichauffeur, meldde zich ziek met schouder-, nek- en depressieve klachten. Het UWV stelde bij besluit van 1 augustus 2013 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen WIA-uitkering kreeg toegekend. Na een operatie aan de rechterschouder in december 2013 werd een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, maar appellant stelde dat zijn beperkingen al per 28 september 2013 volledig waren.
De rechtbank oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant niet waren onderschat. De functies die het UWV als passend aanmerkte, werden als geschikt beoordeeld. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar leverde geen nieuwe medische gegevens die het oordeel konden ondermijnen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere bevindingen, stelde vast dat appellant op de datum in geschil nog functionele bewegingsmogelijkheden had en bevestigde dat de toegewezen functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.