ECLI:NL:CRVB:2016:269
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij verhoogde Wubo-uitkering bij late aanvraag
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met psychische invaliditeit, ontvangt sinds 1992 een Wubo-uitkering. Na een verzoek in 2011 werd zijn uitkering opnieuw vastgesteld met ingang van 1 augustus 2011. In mei 2014 vroeg appellant opnieuw herziening vanwege wijzigingen in de AOW-toeslag en persoonlijke omstandigheden die hem belemmerden eerder te verzoeken.
Verweerder stelde de uitkering opnieuw vast met ingang van 1 mei 2014, maar wees een eerdere terugwerkende datum af. Appellant voerde aan dat de wijziging vanaf het moment van inkomensverlaging moest ingaan of dat hij compensatie moest krijgen voor het nadeel door late aanvraag.
De Raad oordeelde dat artikel 60 lid 2 Wubo Pro dwingend voorschrijft dat de nieuwe uitkering ingaat op de eerste dag van de maand van de aanvraag. Er is geen ruimte voor terugwerkende kracht of compensatie, ook niet bij ziekte. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; de verhoogde Wubo-uitkering gaat in vanaf de maand van de aanvraag.